CULTUREEL ERFGOED R.K. KERK ST.DIONYSIUS


 

 

 

 

 

De R.K. kerk van St. Dionysius (’t Goirke) uit 1835/1938 wordt beschouwd als een Nationaal Top Monument. Het schip, het oudste deel van de kerk, is het oudste Neogotische katholieke kerkgebouw in Nederland.
 



I. In den beginne
De oudste parochiekerk van Tilburg was een eenvoudig dorpskerkje en stond op dezelfde plaats als nu de kerk van het Heike. De ‘parochie Tilburg’ toen strekte zich uit over het huidige Tilburg, Berkel, Enschot, Udenhout en Oisterwijk, en kende een rondtrekkende pastoor. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog verloren de katholieken van Tilburg hun parochiekerk. Bij de Vrede van Munster in 1648 verviel de Meierij aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Brabant werd een Generaliteitsland, d.w.z. het kwam onder rechtstreeks bestuur van de Staten-Generaal. En de Meierij moest en zou protestants worden. Ondanks gestuurde predikanten en gereformeerde schoolmeesters is dit nooit gelukt. Feit bleef wel dat Tilburg en alle andere dorpen en steden hun kerk niet terugkregen. In 1650 bouwden de katholieken van Tilburg even over de grens in Steenvoort, onder Poppel, een gebedshuis. Daarna hielden de Tilburgse katholieken hun godsdienstoefeningen in de bijgebouwen van het kasteel van Tilburg. Weer later werd de bouw van zgn. schuurkerken toegestaan. De gelovigen van het Heike kregen zo’n van buiten onherkenbare kerk in 1691, die van het noorden, op het Goirke, in 1715. In 1718 kwam er bij deze schuurkerk een pastorie. Een nieuwe schuurkerk kwam op de noordelijke helft van het huidige kerkhof te staan. Met de komst van de Fransen in 1795 en het uitroepen van de Bataafse Republiek kwam er eindelijk vrijheid van godsdienst. De vestiging van de pastoor van Tilburg bij de kerk op het Goirke maakte van dit gedeelte van het dorp het bestuurlijk en administratief centrum van de parochie Tilburg. Pas in 1797 werd een nieuwe parochie - het Heike - afgesplitst. Het Goirke is dan ook de voortzetting van de middeleeuwse parochie Tilburg. In het Registrum Memoriale, een soort dagboek dat door de pastoor werd bijgehouden, wordt het Goirke consequent als moederkerk genoemd. De schuurkerken bleven nog een tijd in gebruik.

II. Een nieuwe kerk
Als een gevolg van de herwonnen vrijheid werden zowel op het Heike als het Goirke pogingen gedaan om de schuurkerk te vervangen door een kerkgebouw dat de herwonnen status van het katholicisme zou weerspiegelen. Een opvallende rol hierin is weggelegd voor kroonprins Willem, de latere koning Willem II, die een sterke voorliefde voor Tilburg had. In 1829 richtte het kerkbestuur een verzoek voor de bouw van een nieuwe kerk aan koning Willem I. Meerdere verzoeken volgden maar werden niet gehonoreerd. Tijdens een bezoek aan Tilburg in vermoedelijk 1833 verleende de koning audiëntie aan de Heikese pastoor Joannes Zwijsen en zijn collega van het Goirke, Wilhelmus van de Ven, en tijdens het gesprek kwam de bouw van een nieuwe kerk op het Goirke aan de orde alsmede de daar voor benodigde subsidie. Willem I antwoordde eenvoudig: 'Ik kan mijn geld wel anders gebruiken'. Kroonprins Willem II was hier ook bij aanwezig en dankzij zijn bemiddeling was zijn vader alsnog bereid een subsidie van 25.000 gulden te verlenen. Bij besluit van 28 november 1834 werd deze subsidie definitief. Opmerkelijk was de hoogte van het bedrag: f 25.000. De bouw werd uitgevoerd door H. Essens uit Oisterwijk onder toezicht van het Ministerie van Waterstaat in de persoon van E. de Kruiff en E. Ridder van Rappard. Behalve de hoogte van het subsidiebedrag was tevens opmerkelijk de stilistische vormgeving van het gebouw, namelijk de neogotiek. Deze stijl zou pas omstreeks 1850 de toonaangevende stijl worden van de katholieke kerkenbouw. De Goirkese kerk werd gebouwd in de vorm van een basilicaal gebouw dat eveneens voorzien werd van spitsboogvensters. De basilicale opbouw sloot aan bij ontwikkelingen die ook binnen de Middeleeuwen gevolgd kunnen worden en week af van het hallenkerkentype, dat gewoonlijk gehanteerd werd bij waterstaatskerken. Mede gezien de uitzonderlijke hoogte van het subsidiebedrag alsmede de persoonlijke voorkeur van Willem voor de neogotiek heeft de kroonprins waarschijnlijk bij het kerkbestuur bedongen dat het nieuwe gebouw uitgevoerd zou worden volgens de vormentaal van de neogotische stijl. Daarnaast was ook het Ministerie van Waterstaat bij de bouw betrokken, omdat daar de deskundigen aanwezig waren die een oordeel konden geven over de ontwerptekening en het bestek. Door de toenemende betrokkenheid van dit ministerie kregen de nieuwe kerken de naam van waterstaatskerken. Net als de Heikese kerk kreeg ook het Goirkese godshuis een rijke inventaris, die in de loop van de 19de en 20ste eeuw tot stand kwam. Evenals die op het Heike werd ook deze voor het merendeel uitgevoerd in de barokke stijl. Van de middeleeuwse inventaris van de Tilburgse kerk is echter nagenoeg niets bewaard gebleven, uitgezonderd een klein aantal objecten die tot het bezit behoren van de Goirkese en Heikese kerk. Zo bevindt zich in de Goirkese kerk een hardstenen doopvont uit 1590 met de tekst 'Asperges me hyssopo et mundabor 1590'. Het bestaat uit een rijk gedecoreerd vat op een gewelfde voet die eveneens voorzien is van decoratie. Hieraan is naam van een andere historische persoonlijkheid verbonden: Peerke Donders. Hij is gedoopt in 1809 in de oude schuurkerk, maar wel in dit doopvont. Tevens heeft Peerke Donders zijn eerste mis gedaan in de toen net nieuwe kerk. Wat ook nog verbonden is met de periode van de schuurkerken is een verguld zilveren monstrans die in 1661 geschonken was. De inscriptie aan de onderzijde van de voet luidt 'ECCLESIA TILBURGENSIS IN STEENVOORT AO 1661'. Andere schatten van deze kerk zijn het neoclassicitisch hoofdaltaar, met een schildering van J.A. Wiertz (eerste helft 19de eeuw), de negentien gebrandschilderde glas-in-lood ramen, de eikenhouten preekstoel (1853), de doopvont van edelsmid M. Bertou (1876), de gebeeldhouwde biechtstoelen en de romantische kruiswegstaties op linnen van A. Brouwers (1890). Tenslotte dienen de 34 beelden genoemd te worden, alle van hout, op drie na: twee van koper en een van steen. Speciale vermelding verdienen de twee lindehouten beelden uit ca. 1700; zij stellen de H. Norbertus en de H. Quirinus voor.

III. Veranderingen
Na een eerste herstelfase in 1883 volgde in 1902-1903 een rigoureuzere verbouwing. Vanwege problemen met het hemelwater kregen de zijbeuken nieuwe lessenaardaken. Nog meer werd toen het aanzicht veranderd door een nieuwe voorgevel die zelfs meer gotisch was dan de oorspronkelijke. De koepeltoren werd toen vervangen door een, inmiddels alweer verdwenen, neogotische spits, en op de plaats van de twee ingangsportalen aan weerskanten van de hoofdingang kwamen twee veelhoekige neogotische zijkapellen. In de jaren dertig van de twintigste eeuw vatte men het plan op om de Goirkese kerk te slopen. Het gebouw vertoonde steeds meer mankementen en daarnaast werd gedacht dat het in de toekomst te klein zou worden voor de parochie. Het traject zou in twee fasen uitgevoerd worden: zo zou men kunnen blijven kerken en de kosten zouden gespreid worden. Begin 1938 werd hiermee begonnen. De vernieuwingen werden uitgevoerd door architect C.H. De Bever volgens de traditionalistische, een voornamelijk vroegmiddeleeuwse stijl.
In het eerste traject werden een nieuw koor, een transept, een kolossale vieringstoren en verschillende bijruimtes gebouwd. Het contrast met het schip werd aldus zeer groot, de architect had zeker de bouw van een nieuw schip reeds voor ogen. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog heeft voorkomen dat ook het schip vervangen zou worden. Hierdoor is het schip van de Goirkese kerk te Tilburg een van de oudste voorbeelden van de neogotische ontwikkelingen binnen de Nederlandse kerkenbouw en legt het bovendien getuigenis af van de betrokkenheid van kroonprins Willem bij de katholieke bevolking van Tilburg en zijn voorliefde voor de neogotiek. Op 14 december 2001 wees de Rijksdienst voor de Monumentenzorg het complex H. Dionysius, monumentnummer 521051, aan als beschermd monument. Het complex bestaat uit acht onderdelen:
1. kerk met schip in neogotische stijl (1835) en viering, transept en koorpartij (1938) in traditionalistische trant
2. erfafscheiding rond het kerkhof
3. neogotisch grafmonument van J. de Beer uit 1898
4. art-deco graf van Janssens-van Spaendonck uit 1922
5. art-deco graf van Willy de Beer uit 1924
6. graf van de kinderen Joanna en Jan de Beer uit 1899
7. graf van Theresia Mannaerts uit 1901
8. poortgebouw uit 1718 van de voormalige pastorie (inmiddels verkocht aan de gemeente).


IV. Een heus kerkhof
In 1816 liet pastoor Mathias Stals (pastoraat 1812-1826) op eigen initiatief aan de noordkant van de toenmalige schuurkerk op het Goirke een kerkhof aanleggen. In hetzelfde jaar vindt de eerste teraardebestelling plaats: ‘Den 11 November is op voornoemd Kerkhof het eerste lijk begraven, zijnde een kind genaamd Martinus Vermeer. Het was ook de feestdag van St. Martinus.’ Pas in 1829 werd opvolger pastoor Van de Ven meegedeeld dat het kerkhof mocht blijven: ‘(-) dat de parochie van het Goirke een zeer aanzienlijk gehucht is, doch dat de huizen in het zelve zeer verspreid liggen, zoodat aldaar gene zoogenaamde bebouwde kom bestaat..’ Tijdens het pastoraat van Van de Ven (1826-1882) kwam de nieuwe kerk gereed in 1839 en werd de schuurkerk gesloopt. De grond waarop deze stond werd aan het kerkhof toegevoegd. In 1882 werd de grond achter de kerk eraan toegevoegd. Het stoffelijk overschot van pastoor Van der Ven werd het jaar daarop naar het nieuwe eerste klasgedeelte overgebracht. Zijn huidige vorm verkreeg het kerkhof in 1892. Rond 1900 verscheen het gietijzeren hekwerk. In 1904 werden de door Van der Schoot vervaardigde gietijzeren beelden van Johannes de Doper, Sint Jozef en de twee engelen hierop geplaatst. Deze erfafscheiding is een rijksmonument. Op het kerkhof bevinden zich diverse interessante grafmonumenten, waaronder vijf die de status van rijksmonument hebben. Veel bekende Tilburgse (textiel)families komt men hier tegen, zoals De Beer (neogotisch en het hoogste grafmonument van Tilburg), Franken, Van Roessel, Janssens, Swagemakers en er is het ‘Erasstraatje’. Aan de linkerzijde, zesde rij, achteraan, bevindt zich een oorlogsmonument: ‘deze plek werd in 1945 de laatste rustplaats van 21 mensen uit deze parochie die omkwamen bij het storten van een V1-bom. Deze steen van de familie Buster verwijst naar die dramatische gebeurtenis.’ Vader, moeder en hun zes kinderen kwamen hierbij om. Het kerkhof van het Goirke is wel het enige oorspronkelijke kerkhof – hof om de kerk - van Tilburg.


V. Het belang van de kerk

De kerk heeft cultuurhistorisch belang als uitdrukking van de ontwikkeling van het katholicisme in de negentiende eeuw. In het bijzonder omdat de kerk gebouwd werd ter plaatse van de oude schuur kerk. Het gebouw is het eerste voorbeeld van de kerkelijke neogotiek in Nederland, daarom is het van architectuurhistorisch van groot belang. Aan het gebouw zijn de namen van de bouwmeesters H. Essens en C.H. de Bever verbonden. Ook de namen van Willem II en de in 1982 zalig verklaarde Peerke Donders zijn verbonden aan de geschiedenis van de kerk. De kerk bezit, zoals vermeld, een rijke inventaris, die als cultuurhistorisch erfgoed gekoesterd moet worden. De kerk en het kerkhof bevinden zich in de lintbebouwde Goirkestraat, die een belangrijk onderdeel vormt van de historische ontwikkeling van Tilburg.

Tekst: Cees van Raak
Foto’s: Krelis Swaans

Tilburg, september 2008
.